Wordt u verdacht van diefstal, heling, verduistering of oplichting? Bij vermogensdelicten draait het vaak niet alleen om de vraag wat er is gebeurd, maar ook om wat iemand wist, wat zijn of haar bedoeling was en welke rol iemand daadwerkelijk heeft gehad.
Een verdenking kan bijvoorbeeld ontstaan na een winkeldiefstal, inbraak, de aankoop van mogelijk gestolen goederen, het niet teruggeven van goederen of een conflict waarbij volgens het Openbaar Ministerie sprake zou zijn van oplichting.
Terpstra | Albayrak Strafrechtadvocaten staat verdachten van vermogensdelicten door heel Nederland bij. Wij beoordelen wat precies ten laste wordt gelegd en of het bewijs voldoende is om alle onderdelen van het strafbare feit te bewijzen.
Verdacht van diefstal
Bij diefstal gaat het kort gezegd om het wegnemen van een goed dat geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoort, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Niet iedere situatie waarin iemand een goed van een ander meeneemt, is daarom automatisch diefstal. Van belang is onder meer of daadwerkelijk sprake is van wegnemen en met welke bedoeling dat is gebeurd.
Diefstal kan zich in verschillende vormen voordoen. Het kan bijvoorbeeld gaan om winkeldiefstal, diefstal uit een woning of bedrijf, diefstal van een voertuig of andere goederen.
Diefstal met braak, valse sleutel of in vereniging
Bij bepaalde omstandigheden kan sprake zijn van een zwaardere vorm van diefstal. Dat kan het geval zijn bij diefstal door middel van braak of verbreking, met een valse sleutel of wanneer een diefstal door meerdere personen samen wordt gepleegd.
Of zo'n verzwarende omstandigheid kan worden bewezen, moet afzonderlijk worden beoordeeld. Dat iemand aanwezig was bij een diefstal die door meerdere personen is gepleegd, betekent bijvoorbeeld niet automatisch dat sprake is van medeplegen.
Wanneer bij een diefstal geweld of bedreiging met geweld wordt gebruikt, kunnen andere strafbepalingen aan de orde zijn. Meer hierover leest u bij Geweldsdelicten.
Diefstal of verduistering?
Diefstal en verduistering lijken op elkaar, maar juridisch is er een belangrijk verschil.
Bij diefstal neemt iemand een goed weg dat hij of zij nog niet rechtmatig onder zich had. Bij verduistering heeft iemand het goed aanvankelijk juist anders dan door een misdrijf onder zich, maar eigent diegene zich het vervolgens wederrechtelijk toe.
Dat kan bijvoorbeeld spelen bij geleende of gehuurde goederen, goederen die iemand voor een ander bewaart of spullen die iemand vanwege werk of een andere afspraak onder zich heeft gekregen.
Het enkele feit dat een goed niet wordt teruggegeven, betekent niet automatisch dat sprake is van verduistering. Er moet ook kunnen worden bewezen dat sprake is geweest van wederrechtelijke toe-eigening.
Verduistering in dienstbetrekking
Een verdenking van verduistering kan ook ontstaan wanneer een werknemer geld of goederen van een werkgever onder zich heeft en deze volgens het Openbaar Ministerie voor zichzelf heeft gehouden of gebruikt.
In dergelijke zaken is onder meer van belang waarom iemand over het geld of de goederen kon beschikken, welke afspraken daarover bestonden en welke handelingen daadwerkelijk zijn verricht.
Verdacht van heling
Bij heling gaat het om goederen die uit een misdrijf afkomstig zijn. Een verdenking kan bijvoorbeeld ontstaan na de aankoop, verkoop of het bezit van een gestolen fiets, telefoon, auto, gereedschap of andere goederen.
Dat een voorwerp achteraf gestolen blijkt te zijn, betekent niet automatisch dat de koper of bezitter zich schuldig heeft gemaakt aan heling. Wat iemand wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden over de herkomst van het voorwerp is daarbij van groot belang.
Opzetheling en schuldheling
Bij opzetheling moet worden bewezen dat iemand wist, of bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard, dat het goed door een misdrijf was verkregen. Die wetenschap kan bestaan bij het verkrijgen van het goed, maar kan onder omstandigheden ook later relevant worden wanneer iemand het goed nog voorhanden heeft of overdraagt.
Bij schuldheling gaat het er kort gezegd om of iemand redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het goed uit misdrijf afkomstig was. Ook daarbij moet worden gekeken naar de gedraging waarvan iemand concreet wordt verdacht en naar wat hij of zij op dat moment wist of had moeten vermoeden.
Daarbij kunnen bijvoorbeeld de aankoopprijs, de omstandigheden waaronder het goed is verkregen, de informatie van de verkoper en de aard van het goed een rol spelen. Een lage prijs of een ongebruikelijke manier van kopen kan onderdeel zijn van het bewijs, maar moet altijd in samenhang met de overige omstandigheden worden beoordeeld.
De wet kent daarnaast gewoonteheling. Daarvan kan sprake zijn wanneer iemand van het plegen van opzetheling een gewoonte maakt.
Gaat het om geld of andere vermogensbestanddelen die uit misdrijf afkomstig zijn, dan kan onder omstandigheden ook een verdenking van witwassen aan de orde zijn.
Wanneer is sprake van oplichting?
Niet iedere leugen, niet nagekomen afspraak of onbetaalde rekening is strafbare oplichting.
Voor oplichting moet aan specifieke wettelijke voorwaarden zijn voldaan. Het Openbaar Ministerie moet onder meer bewijzen dat iemand met het oogmerk zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen een ander door een wettelijk oplichtingsmiddel heeft bewogen tot bijvoorbeeld de afgifte van geld of goederen.
Daarbij kan het onder meer gaan om het aannemen van een valse naam of valse hoedanigheid, listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels.
Een civiel geschil of strafbare oplichting?
In oplichtingszaken is regelmatig de vraag waar een civiel conflict eindigt en strafbare oplichting begint.
Dat iemand een afspraak niet nakomt, een rekening niet betaalt, een gekocht product niet levert of achteraf onjuiste informatie blijkt te hebben gegeven, betekent niet zonder meer dat sprake is van oplichting.
Voor strafbare oplichting moet kunnen worden bewezen dat aan de wettelijke voorwaarden voor oplichting is voldaan. Daarbij kan onder meer van belang zijn wat iemand bij het aangaan van de overeenkomst heeft gezegd of gedaan, welke bedoeling diegene op dat moment had en waardoor de ander tot betaling of afgifte is bewogen.
Juist bij zakelijke conflicten en overeenkomsten is het daarom belangrijk om onderscheid te maken tussen een civielrechtelijk geschil en strafrechtelijke oplichting.
Wat als u maar een beperkte rol had?
Bij vermogensdelicten zijn regelmatig meerdere personen betrokken. De verdenking kan dan bijvoorbeeld zijn dat iemand heeft geholpen, op de uitkijk heeft gestaan, vervoer heeft geregeld of op een andere manier betrokken is geweest.
Aanwezigheid bij een strafbaar feit of omgang met iemand die een strafbaar feit pleegt, betekent niet automatisch dat iemand medepleger is.
Voor medeplegen moet sprake zijn van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit.
Ook kan in sommige zaken medeplichtigheid aan de orde zijn. Welke deelnemingsvorm kan worden bewezen, hangt sterk af van de concrete rol van de verdachte.
Welk bewijs kan worden gebruikt?
In vermogenszaken kan het bewijs uit verschillende bronnen bestaan. Denk bijvoorbeeld aan camerabeelden, getuigenverklaringen, herkenningen, DNA- of ander forensisch onderzoek, telefoon- en locatiegegevens, berichten, banktransacties en verklaringen van medeverdachten.
Dat bepaald bewijs belastend lijkt, betekent niet automatisch dat daarmee het ten laste gelegde feit is bewezen. Een herkenning kan bijvoorbeeld worden betwist en telefoon- of locatiegegevens zeggen niet zonder meer wie een bepaalde handeling heeft verricht.
Wij beoordelen daarom niet alleen welk bewijs zich in het dossier bevindt, maar ook wat daar juridisch daadwerkelijk uit kan worden afgeleid.
Beslag op geld of goederen
Bij een onderzoek naar vermogensdelicten kan beslag worden gelegd op bijvoorbeeld geld, voertuigen, telefoons of andere goederen.
Beslag betekent niet dat vaststaat dat een strafbaar feit is gepleegd of dat de goederen definitief worden afgenomen. Afhankelijk van de situatie bestaan mogelijkheden om tegen het beslag op te komen.
Meer hierover leest u bij Beslag.
Waar hangt de straf bij een vermogensdelict van af?
Welke straf wordt opgelegd, hangt af van het strafbare feit en de omstandigheden van de zaak.
Bij diefstal kan bijvoorbeeld worden gekeken naar de waarde van de goederen, de wijze waarop het feit is gepleegd, eventuele braak of samenwerking met anderen en de gevolgen voor het slachtoffer. Bij heling kan onder meer de waarde en hoeveelheid goederen en de rol van de verdachte relevant zijn. Bij verduistering en oplichting kunnen het financiële nadeel, de duur en frequentie van de gedragingen en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, meewegen.
Ook eerdere veroordelingen en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte kunnen van invloed zijn.
Afhankelijk van de zaak kan een geldboete, taakstraf of gevangenisstraf worden opgelegd. Een zaak kan in bepaalde gevallen ook door het Openbaar Ministerie worden afgedaan met een strafbeschikking of transactie.
Naast de straf kan een benadeelde partij in de strafzaak vergoeding van geleden schade vorderen.
Onze aanpak
Wij bekijken eerst welk strafbaar feit precies wordt verweten en welke onderdelen daarvan het Openbaar Ministerie moet bewijzen.
Bij diefstal en verduistering beoordelen wij bijvoorbeeld of sprake is geweest van wegnemen of wederrechtelijke toe-eigening. Bij heling onderzoeken wij waarop de gestelde wetenschap of het vermoeden van een criminele herkomst is gebaseerd. Bij oplichting kijken wij kritisch naar de gestelde misleiding, het gebruikte oplichtingsmiddel, de bedoeling van de verdachte en het verband tussen de gedragingen en de afgifte van geld of goederen.
Als meerdere personen als verdachte zijn aangemerkt, onderzoeken wij daarnaast welke concrete rol onze cliënt heeft gehad en of die rol voldoende is om bijvoorbeeld van medeplegen of medeplichtigheid te kunnen spreken.
Wij staan cliënten bij vanaf het eerste politieverhoor, tijdens een eventuele voorlopige hechtenis en bij een OM-hoorgesprek, de behandeling bij de rechtbank en in hoger beroep.
Verdacht van een vermogensdelict?
Bent u aangehouden, uitgenodigd voor een verhoor of wordt u verdacht van diefstal, heling, verduistering of oplichting? Neem contact op met Terpstra | Albayrak Strafrechtadvocaten.
Wij staan verdachten door heel Nederland bij vanaf het eerste verhoor tot en met de behandeling van de strafzaak.
Veelgestelde vragen
Dat kan onder omstandigheden. Voor opzetheling moet worden bewezen dat u wist, of bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard, dat het goed uit misdrijf afkomstig was. Bij schuldheling kan voldoende zijn dat u dit redelijkerwijs had moeten vermoeden. Daarbij is van belang wat u wist of had moeten vermoeden op het moment van de gedraging waarvan u wordt verdacht.
Bij diefstal wordt een goed weggenomen. Bij verduistering had iemand het goed al anders dan door een misdrijf onder zich en eigent diegene zich het vervolgens wederrechtelijk toe.
Niet automatisch. Voor oplichting moet aan specifieke wettelijke voorwaarden zijn voldaan. Een conflict over een overeenkomst of betaling kan ook een civiel geschil zijn zonder dat sprake is van strafbare oplichting.
Dat kan onder omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer medeplegen of medeplichtigheid wordt bewezen. Alleen aanwezig zijn of iemand kennen die een diefstal pleegt, is daarvoor niet automatisch voldoende.
Na een verdenking van winkeldiefstal kan de politie onderzoek doen en kan een verdachte worden verhoord. De zaak kan vervolgens worden afgedaan met een strafbeschikking of aan de rechter worden voorgelegd.
Bij minderjarige verdachten kan onder omstandigheden een afdoening via Halt aan de orde zijn. Daarnaast kan de winkel los van de strafzaak een vergoeding verlangen voor schade en kosten die door de winkeldiefstal zijn ontstaan.
Een veroordeling of strafbeschikking voor een vermogensdelict wordt in beginsel geregistreerd in de justitiële documentatie. Dat kan gevolgen hebben bij een aanvraag voor een VOG. Of een VOG daadwerkelijk wordt geweigerd, hangt onder meer af van het strafbare feit, hoe lang geleden dit is en het doel waarvoor de VOG wordt aangevraagd.
