Verkeersstrafrecht (Wegenverkeerswet)

Een ernstige snelheidsovertreding, gevaarlijk rijgedrag, een verkeersongeval met letsel, doorrijden na een aanrijding of rijden onder invloed kan leiden tot een strafzaak. Daarnaast kan een verkeerszaak directe gevolgen hebben voor uw rijbewijs.

Terpstra | Albayrak Strafrechtadvocaten staat verdachten van verkeersdelicten door heel Nederland bij. Wij beoordelen niet alleen wat er op de weg is gebeurd, maar ook of het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, welk verkeersgedrag daadwerkelijk kan worden bewezen en welke juridische gevolgen daaraan kunnen worden verbonden.

Wanneer wordt een verkeersovertreding een strafzaak?

Niet iedere verkeersovertreding leidt tot een strafzaak. Veel lichtere verkeersovertredingen worden afgedaan met een verkeersboete. Bij ernstigere gedragingen kan het Openbaar Ministerie strafrechtelijk optreden.

Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij een forse snelheidsovertreding, gevaarlijk rijgedrag, rijden onder invloed, een ernstig verkeersongeval of het verlaten van de plaats van een ongeval.

Afhankelijk van de verdenking kan de zaak worden afgedaan door het Openbaar Ministerie of aan de rechter worden voorgelegd.

Ernstige snelheidsovertreding

Een forse overschrijding van de maximumsnelheid kan leiden tot strafrechtelijke afdoening. Hoe de zaak wordt afgedaan, hangt onder meer af van de hoogte van de overschrijding, het soort weg, de omstandigheden waaronder is gereden en eventuele eerdere verkeerszaken.

In een verkeersstrafzaak kan ook worden gekeken naar de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting en de wijze waarop deze tot stand is gekomen.

Bij een ernstige snelheidsovertreding kan bovendien het rijbewijs worden ingevorderd. De verdere gevolgen daarvan behandelen wij op onze afzonderlijke pagina over Rijbewijs.

Gevaarlijk en zeer gevaarlijk rijgedrag

Niet ieder verkeersincident waarbij gevaar ontstaat, wordt juridisch hetzelfde beoordeeld. De Wegenverkeerswet kent verschillende vormen van strafbaar verkeersgedrag.

Gevaarlijk rijgedrag – artikel 5 WVW

Artikel 5 WVW ziet op gedrag waardoor gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt, of waardoor het verkeer wordt gehinderd of kan worden gehinderd.

Bij de beoordeling is van belang welk concreet verkeersgedrag wordt verweten en welke verkeerssituatie daardoor is ontstaan. Niet iedere verkeersfout betekent automatisch dat artikel 5 WVW is overtreden.

Zeer gevaarlijk rijgedrag – artikel 5a WVW

Artikel 5a WVW ziet op zwaarder verkeersgedrag. Het gaat om het opzettelijk in ernstige mate schenden van verkeersregels, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten is.

De wet noemt verschillende gedragingen die daarbij een rol kunnen spelen, zoals onvoldoende rechts houden, gevaarlijk inhalen, door rood rijden, zeer hard rijden of tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.

Voor een veroordeling is niet voldoende dat één verkeersregel is overtreden. Er moet worden beoordeeld of het concrete verkeersgedrag voldoet aan alle voorwaarden van artikel 5a WVW.

Verkeersongeval met ernstig letsel of overlijden – artikel 6 WVW

Na een ernstig verkeersongeval kan strafrechtelijk onderzoek worden gedaan naar de bestuurder. Een ernstig gevolg betekent echter niet automatisch dat de bestuurder strafrechtelijk schuldig is aan het ongeval.

Wanneer is sprake van schuld aan een verkeersongeval?

Artikel 6 WVW ziet op een aan de schuld van een verkeersdeelnemer te wijten verkeersongeval waardoor een ander overlijdt, zwaar lichamelijk letsel oploopt of zodanig lichamelijk letsel oploopt dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de normale bezigheden ontstaat.

Niet iedere verkeersfout is voldoende om die schuld te kunnen bewijzen. Bij de beoordeling wordt gekeken naar het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Ook de ernst van het letsel kan juridisch van belang zijn. Niet ieder licht letsel is voldoende voor toepassing van artikel 6 WVW.

Onderzocht moet daarom worden wat precies aan het ongeval voorafging, welke verkeersregels zijn overtreden, hoe de verkeerssituatie was en in hoeverre het ongeval aan het gedrag van de verdachte kan worden toegerekend.

Daarbij kunnen onder meer verklaringen van betrokkenen en getuigen, camerabeelden, sporenonderzoek en technisch onderzoek aan voertuigen een belangrijke rol spelen.

Roekeloosheid bij een verkeersongeval

Binnen artikel 6 WVW kan de mate van schuld verschillen. Roekeloosheid geldt als de zwaarste vorm van schuld en kan leiden tot aanzienlijk hogere wettelijke strafmaxima.

Van roekeloosheid is volgens de wet in ieder geval sprake wanneer het rijgedrag tevens voldoet aan de voorwaarden van artikel 5a WVW. Dat betekent niet dat ieder ernstig verkeersongeval of iedere ernstige verkeersfout automatisch als roekeloos wordt aangemerkt.

Ook andere omstandigheden kunnen invloed hebben op het toepasselijke strafmaximum. Zo kunnen de wettelijke gevangenisstraffen bij een ongeval onder meer worden verhoogd wanneer de bestuurder verkeerde in een in artikel 8 WVW bedoelde toestand van rijden onder invloed.

Doorrijden na een ongeval – artikel 7 WVW

Het verlaten van de plaats van een verkeersongeval kan strafbaar zijn. Dit wordt vaak aangeduid als doorrijden na een ongeval of verlaten plaats ongeval.

Onder meer is van belang of de bestuurder wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat bij het ongeval een ander was gedood of dat aan een ander letsel of schade was toegebracht.

Daarnaast kent de wet een afzonderlijke situatie waarin door het verlaten van de plaats van het ongeval een gewond persoon in hulpeloze toestand wordt achtergelaten.

Wat als u bent geschrokken en bent doorgereden?

Na een aanrijding kunnen schrik en paniek een rol spelen. Dat iemand is geschrokken of in paniek is geraakt, betekent echter niet automatisch dat het verlaten van de plaats van het ongeval niet strafbaar is.

Artikel 184 WVW kent onder voorwaarden een bijzondere regeling. Strafvervolging voor het verlaten van de plaats van het ongeval als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a en b WVW is uitgesloten wanneer de betrokkene binnen twaalf uur na het ongeval en voordat hij als verdachte is aangehouden of verhoord, vrijwillig van het ongeval kennis geeft en daarbij zijn identiteit en, voor zover hij een motorrijtuig bestuurde, de identiteit van dat motorrijtuig bekendmaakt.

Deze regeling geldt niet voor het afzonderlijke verwijt dat door het verlaten van de plaats van het ongeval een gewond persoon in hulpeloze toestand is achtergelaten.

Bent u doorgereden na een ongeval, dan kan het daarom belangrijk zijn snel juridisch advies in te winnen.

Rijden onder invloed – artikel 8 WVW

Rijden onder invloed van alcohol, drugs of bepaalde geneesmiddelen kan leiden tot strafrechtelijke vervolging.

In dergelijke zaken kan onder meer discussie bestaan over de wijze waarop het alcohol- of drugsonderzoek is uitgevoerd, de uitslag van een adem- of bloedonderzoek en de betekenis daarvan voor het bewijs.

De gemeten hoeveelheid alcohol of de vastgestelde hoeveelheid drugs kan van belang zijn voor de afdoening van de strafzaak. Ook eerdere verkeerszaken kunnen daarbij een rol spelen.

Naast de strafzaak kan in bepaalde gevallen een afzonderlijke procedure bij het CBR worden gestart.

Weigeren van adem- of bloedonderzoek

Een bestuurder is in de daarvoor in de wet geregelde gevallen verplicht mee te werken aan onderzoek naar alcohol- of drugsgebruik. Het niet voldoen aan een rechtsgeldig bevel tot medewerking aan een adem- of bloedonderzoek kan zelfstandig strafbaar zijn.

Bij een verdenking van weigering moet daarom worden beoordeeld welk bevel is gegeven, of aan de wettelijke voorwaarden daarvoor was voldaan en wat er vervolgens precies is gebeurd.

Rijden zonder geldig rijbewijs of tijdens een rijontzegging

Niet iedere situatie waarin iemand niet mocht rijden is juridisch hetzelfde.

Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van rijden zonder dat ooit een rijbewijs is behaald, rijden zonder de vereiste rijbewijscategorie, rijden tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid of rijden nadat een rijbewijs ongeldig is verklaard.

Bij rijden tijdens een rijontzegging of na ongeldigverklaring kan onder meer van belang zijn welke beslissing is genomen, wanneer deze is ingegaan en of kan worden bewezen dat de verdachte van die beslissing op de hoogte was.

Daarom moet in deze zaken precies worden vastgesteld op welke grond iemand volgens het Openbaar Ministerie niet mocht rijden en of aan de voorwaarden voor strafbaarheid is voldaan.

Welk bewijs speelt een rol in een verkeersstrafzaak?

Het bewijs hangt sterk af van het verkeersdelict waarvan iemand wordt verdacht.

Bij snelheidsovertredingen kan bijvoorbeeld een snelheidsmeting centraal staan. Bij rijden onder invloed kan het gaan om een ademanalyse of bloedonderzoek. Na een verkeersongeval kunnen camerabeelden, getuigenverklaringen, sporen op de weg, voertuigschade en technisch verkeersongevallenonderzoek van belang zijn.

Ook telefoon- en locatiegegevens, dashcambeelden en gegevens uit voertuigen kunnen in bepaalde zaken onderdeel van het strafdossier zijn.

Wij beoordelen niet alleen welk bewijs in het dossier zit, maar ook hoe dat bewijs is verkregen en wat daaruit daadwerkelijk kan worden afgeleid.

Gevolgen voor het rijbewijs

Een verkeersstrafzaak kan grote gevolgen hebben voor het rijbewijs. Het rijbewijs kan worden ingevorderd en vervolgens worden ingehouden. Ook kan een ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd.

Daarnaast kan een afzonderlijke procedure bij het CBR gevolgen hebben voor de geldigheid van het rijbewijs of de rijgeschiktheid.

De regels over invordering, inhouding, klaagschrift, rijontzegging, CBR, CVOM, rijgeschiktheid en ongeldigverklaring behandelen wij op de afzonderlijke pagina Rijbewijs.

Waar hangt de straf in een verkeerszaak van af?

De mogelijke straf hangt sterk af van het verkeersdelict en de omstandigheden waaronder het is gepleegd.

Bij een snelheidsovertreding speelt bijvoorbeeld de hoogte van de overschrijding een rol. Bij gevaarlijk rijgedrag wordt gekeken naar de aard, duur en ernst van het verkeersgedrag. Bij een verkeersongeval kunnen de mate van schuld en de gevolgen voor andere betrokkenen zwaar meewegen.

Bij rijden onder invloed zijn onder meer de gemeten hoeveelheid alcohol of drugs, de omstandigheden van het rijden en eventuele eerdere verkeerszaken relevant.

Ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte kunnen worden meegewogen. Het verlies van een rijbewijs kan bijvoorbeeld grote gevolgen hebben voor werk of onderneming.

Afhankelijk van de zaak kan een geldboete, taakstraf of gevangenisstraf worden opgelegd. Daarnaast kan een ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd.

Onze aanpak

Bij verkeersstrafzaken kijken wij eerst naar de exacte verdenking en de onderdelen die het Openbaar Ministerie moet bewijzen.

Bij een verkeersongeval beoordelen wij niet alleen het gevolg, maar vooral welk rijgedrag aan de verdachte kan worden verweten en of dat voldoende is voor strafrechtelijke schuld. Bij gevaarlijk rijgedrag onderzoeken wij welke concrete gedragingen kunnen worden bewezen. Bij rijden onder invloed kijken wij kritisch naar het onderzoek en de bewijsstukken waarop de uitslag is gebaseerd.

Wij staan cliënten bij tijdens het politieverhoor, een OM-hoorgesprek, de behandeling bij de rechtbank en in hoger beroep.

Verdacht van een verkeersdelict?

Bent u aangehouden, uitgenodigd voor een verhoor, betrokken geweest bij een ernstig verkeersongeval of wordt u verdacht van een verkeersdelict? Neem contact op met Terpstra | Albayrak Strafrechtadvocaten.

Wij staan verdachten door heel Nederland bij in verkeersstrafzaken.

Veelgestelde vragen

Niet automatisch. Voor een veroordeling op grond van artikel 6 WVW moet het ongeval aan de schuld van de verdachte te wijten zijn. Bovendien moet het ongeval hebben geleid tot overlijden, zwaar lichamelijk letsel of letsel waardoor tijdelijke ziekte of verhindering in de normale bezigheden ontstaat.

Het enkele feit dat een ongeval is ontstaan, is daarvoor niet voldoende.

Het verlaten van de plaats van een ongeval kan strafbaar zijn. Onder voorwaarden kan artikel 184 WVW strafvervolging uitsluiten wanneer u zich binnen twaalf uur vrijwillig bij de politie meldt, voordat u als verdachte bent aangehouden of verhoord, en daarbij uw identiteit en, wanneer u een motorrijtuig bestuurde, de identiteit van dat motorrijtuig bekendmaakt.

Deze regeling geldt niet wanneer het verwijt inhoudt dat door het verlaten van de plaats van het ongeval een gewond persoon in hulpeloze toestand is achtergelaten. Het is daarom verstandig om snel juridisch advies in te winnen.

Ja. Bij bepaalde verkeersdelicten kan uw rijbewijs al tijdens het strafrechtelijk onderzoek worden ingevorderd. Vervolgens kan de officier van justitie onder de wettelijke voorwaarden beslissen dat het rijbewijs voorlopig ingehouden blijft. Daarvoor hoeft dus nog geen rechter uitspraak te hebben gedaan.

Tegen de inhouding van het rijbewijs kan worden opgekomen.

Het niet voldoen aan een rechtsgeldig bevel om mee te werken aan een adem- of bloedonderzoek kan zelfstandig strafbaar zijn. Of sprake is van een strafbare weigering hangt onder meer af van het gegeven bevel en de omstandigheden waaronder niet aan dat bevel is voldaan.

Een veroordeling of strafbeschikking voor een verkeersdelict kan worden geregistreerd in de justitiële documentatie. Of een concrete verkeerszaak tot registratie leidt en welke gevolgen dat heeft, hangt af van het betreffende feit en de wijze waarop de zaak wordt afgedaan.