Heeft de politie uw rijbewijs ingevorderd, bijvoorbeeld na rijden onder invloed of te hard rijden? Dan mag u vanaf dat moment niet meer rijden, ook niet voor uw werk en ook niet op een bromfiets of scooter. Voor veel mensen heeft dat direct grote gevolgen. Daarnaast krijgt u vaak met twee afzonderlijke procedures te maken: de strafzaak en een procedure bij het CBR.
Snel handelen loont. De officier van justitie beslist binnen tien dagen of u uw rijbewijs terugkrijgt. Daarnaast kan het CBR maatregelen nemen, los van de strafzaak. Op deze pagina leest u hoe beide trajecten werken en wat u kunt doen.
Rijbewijs ingevorderd: wat nu?
De politie vordert uw rijbewijs in bij een ernstige verkeersovertreding. Dat gebeurt onder meer bij:
- rijden onder invloed van alcohol: meer dan 1,3 promille, of meer dan 0,8 promille als u beginnend bestuurder bent;
- weigeren mee te werken aan een blaastest of bloedonderzoek;
- te hard rijden: 50 km/u of meer boven de maximumsnelheid, of 30 km/u of meer op een bromfiets;
- gevaarlijk rijgedrag, bijvoorbeeld bij een ernstig ongeval.
Bij rijden onder invloed van drugs of medicijnen wordt uw rijbewijs niet op dezelfde manier strafrechtelijk ingevorderd. Wel kan de politie bij ernstige twijfel aan uw rijgeschiktheid het rijbewijs innemen voor het CBR en daar melding van maken. Het CBR beslist dan verder. Zie hieronder bij het CBR.
De beslissing van de officier van justitie
De politie stuurt uw rijbewijs naar het Openbaar Ministerie. Bij verkeerszaken is dat vaak het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) in Utrecht. De officier van justitie beslist binnen tien dagen of u het rijbewijs terugkrijgt of dat het wordt ingehouden. Krijgt u binnen die termijn geen beslissing, dan moet het rijbewijs worden teruggegeven.
Bij alcohol en te hard rijden gaat de wet ervan uit dat er een risico is dat u opnieuw in de fout gaat. De officier mag het rijbewijs dan inhouden, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Het rijbewijs moet wel worden teruggegeven als er een serieuze kans is dat u geen onvoorwaardelijke rijontzegging krijgt bij de latere afdoening van de strafzaak. Daarnaast moet het rijbewijs worden teruggegeven als niet binnen 180 dagen na de invordering het onderzoek ter terechtzitting is begonnen of een strafbeschikking is uitgevaardigd. Alleen een dagvaarding is daarvoor niet genoeg: de zitting zelf moet zijn begonnen.
Dat is geen absolute maximumduur. Begint de zitting op tijd, dan kan de inhouding onder voorwaarden voortduren tot de rechter uitspraak doet. Daarnaast hanteert het OM in eigen beleid voor bepaalde overtredingen een kortere termijn van vier maanden. Dat is geen wettelijke termijn.
Wordt het rijbewijs ingehouden, dan volgt een strafzaak op het gebied van verkeersstrafrecht. Het OM kan u oproepen voor een OM-hoorgesprek en zelf een straf opleggen met een strafbeschikking, waaronder een rijontzegging van maximaal zes maanden. Het OM kan de zaak ook aan de rechter voorleggen tijdens een strafzitting.
Rijdt u terwijl uw rijbewijs is ingevorderd of ingehouden, dan pleegt u een misdrijf. De richtlijnen van het OM gaan daarbij in de regel uit van een gevangenisstraf.
Rijbewijs terugkrijgen
In de eerste tien dagen na de invordering kunt u de officier van justitie vragen het rijbewijs terug te geven. Leg daarin uit waarom u uw rijbewijs nodig heeft, bijvoorbeeld voor uw werk of de zorg voor een familielid.
Besluit de officier het rijbewijs in te houden, dan kunt u daartegen een klaagschrift indienen bij de rechtbank: het zogenoemde klaagschrift rijbewijs. Formeel kan een klaagschrift al vanaf de invordering worden ingediend, maar in de praktijk richt het zich tegen de beslissing tot inhouding. Voor het indienen van een klaagschrift geldt geen vaste termijn.
De rechtbank behandelt het klaagschrift op een zitting, waarvoor u en de officier worden opgeroepen. De rechter kijkt vooral hoe groot de kans is dat u later een rijontzegging krijgt die langer is dan de periode dat u uw rijbewijs al kwijt bent. Uw persoonlijke belangen, zoals werk, kunnen meewegen.
Let op: de beslissing op het klaagschrift is voorlopig. Ook als u uw rijbewijs terugkrijgt, kan de rechter later alsnog een rijontzegging opleggen. Een klaagschrift helpt bovendien niet tegen een maatregel van het CBR.
Rijontzegging
Een rijontzegging is iets anders dan invordering of inhouding. Invordering en inhouding zijn voorlopige maatregelen tijdens de strafzaak. Een rijontzegging is een straf die aan het einde van de zaak wordt opgelegd: u mag dan een bepaalde tijd niet rijden.
De rechter kan een ontzegging opleggen van maximaal vijf jaar, en in ernstige gevallen langer. Het OM kan via een strafbeschikking een ontzegging van maximaal zes maanden opleggen. De tijd dat uw rijbewijs al was ingevorderd of ingehouden, gaat van de ontzegging af.
Een rijontzegging geldt in de regel voor alle motorrijtuigen. U mag dan dus ook niet op een bromfiets of scooter rijden. Dat geldt ook al tijdens de invordering of inhouding: uw hele rijbewijs is dan ingenomen, voor alle categorieën. Dat is anders dan bij veel CBR-maatregelen, die vaak alleen gelden voor een bepaalde rijbewijscategorie.
Is een rijontzegging opgenomen in een strafbeschikking, dan kunt u daartegen verzet doen. De zaak komt dan bij de rechter. Heeft de rechter een rijontzegging opgelegd, dan is hoger beroep in de regel mogelijk.
Na afloop van de ontzegging blijft uw rijbewijs in principe geldig, tenzij het ondertussen ongeldig is geworden of ongeldig is verklaard.
CBR: onderzoek naar rijgeschiktheid
Na een ernstige overtreding stuurt de politie vaak een melding naar het CBR. Dat gebeurt onder meer bij rijden onder invloed van alcohol of drugs, bij twijfel aan uw medische geschiktheid of rijvaardigheid, en bij beginnende bestuurders die meerdere overtredingen begaan. Het CBR beslist vervolgens welke maatregel u krijgt.
Mogelijke maatregelen zijn:
- een educatieve maatregel: een verplichte cursus over alcohol en verkeer (EMA/LEMA) of over gedrag in het verkeer (EMG);
- een onderzoek naar uw rijvaardigheid: een praktische rijtest;
- een onderzoek naar uw geschiktheid: een medisch of psychiatrisch onderzoek, bijvoorbeeld bij vermoedelijk problematisch alcohol- of drugsgebruik.
De kosten van deze maatregelen betaalt u zelf.
Schorsing of ongeldigverklaring door het CBR
Bij een onderzoek naar uw geschiktheid of rijvaardigheid kan het CBR uw rijbewijs schorsen zolang het onderzoek loopt. U moet het dan inleveren en mag niet rijden. Een schorsing is geen straf in de zin van het strafrecht en duurt tot het CBR een besluit heeft genomen.
Uw rijbewijs kan op twee manieren ongeldig worden:
- Door het CBR: als uit het onderzoek blijkt dat u niet geschikt of niet rijvaardig bent, of als u niet meewerkt aan een opgelegde maatregel. Ook degene die een educatieve maatregel niet afrondt of niet betaalt, riskeert ongeldigverklaring.
- Van rechtswege: via de recidiveregeling, bij een tweede ernstig alcoholdelict binnen vijf jaar. Zie hieronder.
Is uw rijbewijs ongeldig, dan moet u in de regel opnieuw een rijbewijs aanvragen, vaak met een nieuw onderzoek of rijexamen. Rijden met een ongeldig rijbewijs is strafbaar. Een schorsing of ongeldigverklaring door het CBR geldt vaak alleen voor bepaalde rijbewijscategorieën. Soms kunt u dan bijvoorbeeld een rijbewijs voor alleen een bromfiets of scooter (categorie AM) aanvragen. Dat is anders dan bij een rijontzegging of bij ongeldigheid door de recidiveregeling, die voor alle categorieën gelden.
Procedures bij het CBR vallen onder het bestuursrecht. Die behandelen wij niet zelf. Wel houden wij in de strafzaak rekening met de gevolgen voor uw positie bij het CBR, en kunnen wij u zo nodig doorverwijzen.
Strafrecht en CBR naast elkaar
Na een ernstige verkeersovertreding krijgt u vaak met twee afzonderlijke procedures te maken, die los van elkaar lopen:
- Het strafrechtelijke traject: de officier van justitie en eventueel de rechter beslissen over invordering, inhouding en een straf, zoals een boete of een rijontzegging. De vraag is: wat heeft u fout gedaan en welke straf hoort daarbij?
- Het bestuursrechtelijke traject: het CBR beoordeelt of u nog geschikt en rijvaardig bent om te rijden. Dat is geen straf, maar een maatregel voor de verkeersveiligheid. Het CBR kan een cursus of onderzoek opleggen, uw rijbewijs schorsen of het ongeldig verklaren.
Elk traject heeft zijn eigen regels en rechtsmiddelen. Een goede afloop van de strafzaak betekent dus niet dat het CBR niets meer doet, en andersom.
Daarom betekent teruggave van uw rijbewijs door het OM niet automatisch dat u weer mag rijden. Heeft het CBR uw rijbewijs geschorst of ongeldig verklaard, dan blijft dat gelden, ook als de officier of de rechter het rijbewijs teruggeeft. Ook kan uw rijbewijs door de recidiveregeling ongeldig worden, zonder dat daar een afzonderlijk besluit van het CBR voor nodig is.
Recidiveregeling rijbewijs: tweede keer rijden onder invloed
Wordt u voor de tweede keer veroordeeld voor ernstig rijden onder invloed van alcohol, dan kan uw rijbewijs automatisch ongeldig worden. Dat heet de recidiveregeling. Er is dan geen afzonderlijk besluit van het CBR of de rechter voor nodig. Het rijbewijs wordt ongeldig voor alle categorieën.
De regeling werkt in twee stappen:
- Een eerste onherroepelijke veroordeling of strafbeschikking voor een alcoholdelict, een weigering van een blaastest of bloedonderzoek, of een verkeersongeval door schuld onder invloed van alcohol, geldt als eerste strafpunt. Vanaf dat moment loopt een periode van vijf jaar.
- Pleegt u binnen die vijf jaar opnieuw een kwalificerend feit en wordt ook die afdoening onherroepelijk, dan wordt uw rijbewijs van rechtswege ongeldig.
Bij een tweede alcoholfeit geldt daarbij een grens: het alcoholgehalte moet hoger zijn dan 570 microgram per liter uitgeademde lucht of 1,3 promille in het bloed. Die grens geldt ook voor beginnende bestuurders. Ligt het tweede alcoholgehalte daaronder, dan wordt het rijbewijs niet automatisch ongeldig. Dat tweede feit kan dan wel gelden als nieuw eerste strafpunt, met een nieuwe periode van vijf jaar.
Ook het weigeren van een blaastest of bloedonderzoek, en een verkeersongeval door schuld in combinatie met alcoholgebruik of een weigering, kunnen als tweede feit meetellen. Voor rijden onder invloed van drugs gelden andere regels.
Is uw rijbewijs op grond van de recidiveregeling ongeldig geworden, dan moet u in beginsel opnieuw uw rijgeschiktheid aantonen en opnieuw rijexamen doen. Kijk daarom bij een strafbeschikking of veroordeling niet alleen naar de straf, maar ook naar de gevolgen voor uw rijbewijs.
Strafpunten voor beginnende bestuurders
Voor beginnende bestuurders bestaat een apart systeem met strafpunten. Bij bepaalde ernstige overtredingen, zoals fors te hard rijden of gevaarlijk rijgedrag, krijgt u een strafpunt. Bij twee strafpunten tijdens de beginnersperiode volgt een melding aan het CBR, wat kan leiden tot een onderzoek naar uw rijvaardigheid en uiteindelijk tot verlies van uw rijbewijs.
Onze aanpak
Wij nemen direct contact op met het OM en vragen om teruggave van uw rijbewijs, als het kan nog binnen de eerste tien dagen. Blijft het rijbewijs ingehouden, dan stellen wij een klaagschrift op en staan wij u bij tijdens de zitting.
Daarnaast bereiden wij de strafzaak voor. Wij beoordelen of de controle, de blaastest of de snelheidsmeting op de juiste manier zijn uitgevoerd. Ook kijken wij naar de gevolgen van een strafbeschikking of veroordeling voor uw rijbewijs, zoals de recidiveregeling en een mogelijke melding aan het CBR.
Rijbewijs ingevorderd?
Zoekt u een advocaat voor uw rijbewijs? Neem direct contact met ons op. Terpstra | Albayrak Strafrechtadvocaten staat cliënten vanuit Leeuwarden en Heerenveen bij in heel Nederland.
Veelgestelde vragen
Nee. Dien direct na de invordering een verzoek tot teruggave in bij de officier van justitie. Die beslist binnen tien dagen en een goed onderbouwd verzoek kan die beslissing beïnvloeden. Houdt de officier uw rijbewijs toch in, dan kunt u een klaagschrift indienen bij de rechtbank.
Het rijbewijs moet worden teruggegeven als niet binnen 180 dagen na de invordering de zitting is begonnen of een strafbeschikking is uitgevaardigd. Een dagvaarding alleen is niet genoeg. Begint de zitting wel op tijd, dan kan de inhouding voortduren tot de uitspraak. Voor bepaalde overtredingen hanteert het OM in eigen beleid vier maanden; dat is geen wettelijke termijn. Ook eerder kan teruggave aan de orde zijn, bijvoorbeeld als de te verwachten rijontzegging volgens de richtlijnen korter is dan de tijd dat u uw rijbewijs al kwijt bent.
Nee. Zolang uw rijbewijs is ingevorderd, ingehouden of geschorst, mag u geen motorrijtuig besturen, ook niet voor uw werk. Uw werkbelang kan wel een argument zijn in een verzoek of klaagschrift.
Dat kan. Een verklaring waaruit blijkt dat u uw rijbewijs nodig heeft voor uw werk geeft uw verzoek meer gewicht.
Dat hangt af van de overtreding en de beslissingen van de officier, de rechter en het CBR. Soms krijgt u het binnen tien dagen terug, soms blijft het ingehouden tot de strafzaak. De periode zonder rijbewijs wordt afgetrokken van een eventuele rijontzegging, maar niet van een CBR-maatregel.
Niet automatisch. Alleen de tijd dat uw rijbewijs door politie en OM was ingevorderd of ingehouden, gaat van de rijontzegging af. Een schorsing of ongeldigverklaring door het CBR telt daarvoor niet mee. Wel kan de rechter er bij het bepalen van de straf rekening mee houden dat u al langere tijd niet heeft mogen rijden. Wij brengen dat in de strafzaak naar voren.
Niet altijd. Heeft het CBR uw rijbewijs geschorst of ongeldig verklaard, is het door de recidiveregeling ongeldig geworden, of geldt er een rijontzegging, dan mag u nog steeds niet rijden. Is toegezegd dat u uw rijbewijs weer terugkrijgt, dan mag u pas rijden zodra u het rijbewijs daadwerkelijk in handen hebt.
Bent u binnen vijf jaar na een eerdere onherroepelijke afdoening opnieuw onherroepelijk bestraft voor rijden onder invloed van alcohol met meer dan 1,3 promille, dan wordt uw rijbewijs automatisch ongeldig. Ligt het tweede gehalte lager, dan volgt geen automatische ongeldigheid, maar begint wel een nieuwe periode van vijf jaar. Voor een weigering of een ongeval onder invloed gelden eigen voorwaarden, en voor drugs andere regels.
