Wordt u verdacht van drugsbezit, drugshandel, de productie van drugs of de invoer of uitvoer daarvan? Dan kan het verstandig zijn om zo vroeg mogelijk een gespecialiseerde strafrechtadvocaat in te schakelen. Een verdenking op grond van de Opiumwet kan grote gevolgen hebben, zoals voorlopige hechtenis, beslag op goederen of sluiting van een woning of bedrijfspand.
In drugszaken gaat het niet alleen om de aangetroffen middelen of de hoeveelheid daarvan. Ook de omstandigheden waaronder drugs zijn gevonden, de wetenschap over de aanwezigheid daarvan en de concrete betrokkenheid bij de verweten handelingen zijn van belang.
Bij Terpstra | Albayrak staan wij als strafrechtadvocaten verdachten door heel Nederland bij in uiteenlopende Opiumwetzaken, van drugsbezit en handel in drugs tot onderzoeken naar drugsproductie en internationale drugstransporten.
De Opiumwet
De Opiumwet bevat regels over verdovende middelen en maakt onderscheid tussen verschillende categorieën drugs.
Op lijst I (harddrugs) staan onder meer cocaïne, heroïne, MDMA (XTC), amfetamine (speed), GHB, 3-MMC en 2-MMC. Op lijst II (softdrugs) staan onder andere hennep (wiet), hasj en lachgas.
Daarnaast kent de Opiumwet lijst IA. Op deze lijst staan geen afzonderlijke middelen, maar groepen nieuwe psychoactieve stoffen (designerdrugs). Hierdoor kunnen ook nieuwe varianten onder de Opiumwet vallen zonder dat iedere stof afzonderlijk op een lijst hoeft te worden geplaatst.
Drugsbezit (artikel 2 en 3 Opiumwet)
Bij een verdenking van drugsbezit – in de Opiumwet aangeduid als het aanwezig hebben van drugs – is niet alleen van belang waar de drugs zijn gevonden. Het Openbaar Ministerie moet ook kunnen bewijzen dat de verdachte de drugs opzettelijk aanwezig heeft gehad. Daarbij kan onder meer van belang zijn of de verdachte wist dat de drugs aanwezig waren en of deze zich in zijn of haar machtssfeer bevonden.
Dat speelt bijvoorbeeld wanneer drugs worden aangetroffen in een woning, auto of andere ruimte waarvan meerdere personen gebruikmaken. Het enkele feit dat drugs in de nabijheid van een verdachte worden gevonden, betekent niet zonder meer dat die persoon daarvan wist of daarvoor strafrechtelijk verantwoordelijk is.
Gebruikershoeveelheid
Het Openbaar Ministerie hanteert voor een geringe hoeveelheid drugs voor eigen gebruik een ander beleid dan bij grotere hoeveelheden of aanwijzingen voor handel. Bij harddrugs wordt als geringe hoeveelheid voor eigen gebruik in beginsel uitgegaan van maximaal 0,5 gram of één pil of andere consumptie-eenheid. Voor hennep en hasj geldt een hoeveelheid van maximaal 5 gram.
Bij hennepteelt wordt bij maximaal 5 planten in beginsel aangenomen dat geen sprake is van beroeps- of bedrijfsmatige teelt. Dat betekent niet dat het bezit of de teelt daarmee zonder meer legaal is.
Ook bij een kleine hoeveelheid kunnen de omstandigheden aanleiding geven voor een verdenking van drugshandel, bijvoorbeeld wanneer daarnaast geld, verpakkingsmateriaal of berichten over de verkoop van drugs worden aangetroffen.
Drugshandel
Onder drugshandel kunnen verschillende handelingen vallen, zoals het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van drugs. Een verdenking kan bijvoorbeeld ontstaan door observaties, verklaringen, aangetroffen drugs of geld, telefoongegevens of berichtenverkeer.
Niet iedere betrokkenheid bij personen die zich met drugs bezighouden, betekent dat iemand zelf als handelaar kan worden aangemerkt. Welke concrete handelingen aan een verdachte kunnen worden toegeschreven, moet uit het bewijs blijken.
Productie van drugs: hennepkwekerij en drugslab
Ook het telen, bereiden, bewerken en vervaardigen van verdovende middelen kan strafbaar zijn. Strafrechtelijke onderzoeken naar drugsproductie kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op een hennepkwekerij of een drugslab voor de productie van synthetische drugs, zoals MDMA (XTC), amfetamine (speed) of methamfetamine (crystal meth).
Bij dergelijke onderzoeken zijn vaak meerdere personen betrokken. Aanwezigheid op een locatie of contact met andere verdachten betekent niet automatisch dat iemand strafrechtelijk verantwoordelijk is voor de productie. In deze zaken kan onder meer de vraag spelen of sprake is van medeplegen of medeplichtigheid.
Voorbereidingshandelingen (artikel 10a en 11a Opiumwet)
Ook handelingen die zijn gericht op het voorbereiden of bevorderen van bepaalde drugsdelicten kunnen strafbaar zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om het beschikbaar stellen van een pand, vervoermiddelen, grondstoffen, apparatuur of andere voorwerpen die volgens het Openbaar Ministerie bestemd zijn voor de productie van of handel in drugs.
Artikel 10a Opiumwet ziet op bepaalde voorbereidingshandelingen rond harddrugs. Artikel 11a Opiumwet heeft onder meer betrekking op de voorbereiding of bevordering van beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige productie en handel in middelen van lijst II.
Of daadwerkelijk sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen hangt af van de concrete omstandigheden en van wat kan worden bewezen over de wetenschap en bedoeling van de betrokkene.
Invoer en uitvoer van drugs
Bij invoer en uitvoer gaat het om het binnen of buiten Nederland brengen van drugs. Zulke verdenkingen kunnen onder meer ontstaan bij controles op luchthavens, in havens, bij pakketpost of tijdens internationale opsporingsonderzoeken.
Dat iemand een tas, pakket of voertuig heeft vervoerd, betekent niet automatisch dat daarmee ook is bewezen dat die persoon wist dat daarin drugs aanwezig waren. Berichten, verklaringen, reisbewegingen en andere onderzoeksgegevens kunnen bij die beoordeling een rol spelen.
Doorzoeking, beslag, ontneming en witwassen
In drugszaken worden regelmatig woningen, voertuigen of andere locaties doorzocht. Daarbij kunnen bijvoorbeeld telefoons, geld, voertuigen en andere goederen in beslag worden genomen.
Wanneer het Openbaar Ministerie stelt dat met drugshandel geld is verdiend, kan daarnaast een ontnemingsprocedure worden gestart om vermeend wederrechtelijk verkregen voordeel af te nemen. Onderzoek naar vermeende drugsopbrengsten kan ook leiden tot een verdenking van witwassen.
Waar hangt de straf in een drugszaak van af?
Welke strafrechtelijke gevolgen aan een drugsdelict worden verbonden, hangt sterk af van de concrete zaak. De Opiumwet maakt onderscheid tussen verschillende middelen en gedragingen. Ook maakt het verschil of een feit als overtreding of als misdrijf wordt aangemerkt.
Bij de afdoening kunnen onder meer de soort en hoeveelheid drugs, de duur van de verweten gedragingen, de rol bij het feit, eventuele eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden van betekenis zijn. Een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik is daarom niet vergelijkbaar met langdurige drugshandel, grootschalige drugsproductie of internationale invoer.
Afhankelijk van de zaak kan het Openbaar Ministerie een OM-strafbeschikking uitvaardigen of kan de zaak aan de strafrechter worden voorgelegd. Een drugszaak kan daarnaast gevolgen hebben voor de justitiële documentatie en daarmee bijvoorbeeld voor een latere aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Een registratie betekent niet automatisch dat geen VOG kan worden verkregen.
Sluiting van een woning of bedrijfspand (artikel 13b Opiumwet)
Naast een strafzaak kunnen ook bestuursrechtelijke maatregelen volgen. De burgemeester kan onder omstandigheden op grond van artikel 13b Opiumwet besluiten een woning of bedrijfspand te sluiten wanneer daar drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt of met dat doel aanwezig zijn. Deze bevoegdheid wordt ook wel de Wet Damocles genoemd.
Ook het aantreffen van bepaalde voorwerpen of stoffen die bestemd zijn voor de productie van drugs kan aanleiding geven voor toepassing van artikel 13b Opiumwet.
Een dergelijke procedure staat los van de strafrechtelijke vervolging en kan ook gevolgen hebben voor andere bewoners of gebruikers van het pand.
Onze aanpak
In een drugszaak is het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat de politie en het Openbaar Ministerie stellen, maar vooral naar wat uit het strafdossier daadwerkelijk kan worden bewezen.
Wij beoordelen onder meer of kan worden bewezen dat iemand wist van de aanwezigheid van drugs, welke concrete handelingen kunnen worden toegeschreven en of sprake is van eigen betrokkenheid, medeplegen of medeplichtigheid.
Ook kijken wij kritisch naar de wijze waarop het opsporingsonderzoek is uitgevoerd en naar het bewijs waarop de verdenking is gebaseerd. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om verklaringen, observaties, telefoongegevens, berichtenverkeer, doorzoekingen en forensisch onderzoek.
Wij staan u bij in alle fasen van de zaak, van het politieverhoor en de voorlopige hechtenis tot een OM-hoorgesprek en de behandeling door de rechtbank of in hoger beroep.
Verdacht van een drugsdelict?
Wordt u verdacht van drugsbezit, drugshandel, drugsproductie, voorbereidingshandelingen of invoer of uitvoer van drugs? Of dreigt sluiting van uw woning of bedrijfspand? Neem direct contact op met Terpstra | Albayrak Strafrechtadvocaten. Wij staan verdachten door heel Nederland bij in Opiumwetzaken.
Veelgestelde vragen
Ketamine staat niet op lijst I of lijst II van de Opiumwet, maar valt onder de Geneesmiddelenwet. Voor onder meer het bereiden, in voorraad hebben en verhandelen van geneesmiddelen gelden afzonderlijke regels en vergunningseisen. Handelingen met ketamine kunnen daarom wel strafbaar zijn, ook al valt ketamine niet onder de Opiumwet.
Ja. Ook het bezit van een kleine hoeveelheid drugs kan strafbaar zijn. Voor een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik hanteert het Openbaar Ministerie echter een bijzonder opsporings- en vervolgingsbeleid. De drugs kunnen wel in beslag worden genomen.
Een drugszaak kan worden geregistreerd in de justitiële documentatie. Of en hoe lang gegevens worden geregistreerd, hangt onder meer af van de wijze waarop de zaak wordt afgedaan. Een registratie betekent niet automatisch dat u geen VOG kunt krijgen. Bij een VOG-aanvraag wordt onder meer beoordeeld of het strafbare feit relevant is voor het doel waarvoor de VOG wordt aangevraagd.
Onder omstandigheden kan de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet een woning of bedrijfspand sluiten. Dit is een bestuursrechtelijke maatregel die losstaat van de strafzaak.
Nee. Als verdachte heeft u het recht om te zwijgen. U heeft recht op overleg met een advocaat voorafgaand aan het verhoor en op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor.
Lijst IA bevat groepen nieuwe psychoactieve stoffen, ook wel designerdrugs genoemd. Daardoor kunnen nieuwe chemische varianten onder de Opiumwet vallen zonder dat iedere afzonderlijke stof eerst apart op een lijst hoeft te worden geplaatst.
